Zoals alle Goden menselijke personificaties van werkelijke, doch soms abstracte dingen zijn, zo was het woord in het begin.
"In het begin van
wat?", zult U vragen.
Wel, het begin van de woorden (Grieks: logos).
In de Decaloog
zijn er tien Logos. Bij toeval werd het woord logos
foutief vertaald als gebod.
Een oplettend lezer zal er slechts negen geboden in aantreffen,
misschien minder, maar voorlopig:
Drie geboden over religie.
Drie geboden over intermenselijk gedrag.
Drie geboden over de maatschappij.
O zeker, vele
gelovigen hebben geprobeerd om een tiende gebod te
vervaardigen door er een op te splitsen. Ofwel het eerste: Gij zult
geen ander goden aanbidden & gij zult geen beelden maken. Of het
laatste: Gij zult niet onrechtvaardig begeren wat uw naaste toebehoort
& Gij zult geen onkuisheid begeren.
Dit is echter een verkeerde manier van rekenen, die geheel, het feit
over het hoofd ziet, dat het woord in het begin helemaal geen gebod is.
In het Evangelie
(Mattheüs hoofdstuk 5), wijdt Jezus uit over
de
geboden, maar u zult ontdekken dat hij de nadruk legt op de laatste
zes. In Mattheüs 19.18, Marcus 10.19 en Lucas 18.18 slaat hij de
religieuze regels zelfs helemaal over.
Hij begint met "eert uw vader en uw moeder en de drie Evangelies zijn
het niet helemaal eens omtrent het laatste gebod.
"Waarom?", vraagt men zich af, maar gelovigen stellen nooit vragen naar
het schijnt.
Nu we komen we
bij woord nummer een.
Het eerste woord van het Decaloog is helemaal geen gebod, maar het is
het Tetragram JHVH of JHWH. Het enige vier letter woord, dat u niet zou
moeten gebruiken. (gebruikt u het ooit?)
Het zou zoveel betekenen als "Ik zal zijn" of "Ik zal bewijzen te
zijn". Het zou ook de naam van God zijn, maar hoe kan het een naam
zijn, als het begint met "Ik"? . Zo een naam kan slechts zijn gebruikt
door de eigenaar zelf.
Wie is dan wel
die eigenaar?
Wel, waarschijnlijk degene, die het woord gebruikt. En waar wordt het
dan gebruikt?
Laten we eens proberen de "Raiders of the lost Ark" te zijn.
Stel: Enkele
archeologen graven een prehistorische kist op met
daarin slechts wat gebroken steen.
Nadat ze de stukken weer in elkaar hebben gezet, treffen ze Egyptische
Hiëroglyfen aan, die na wat moeilijk vertaalwerk, zo ongeveer het
volgende zeggen:
"Ik ben, wie zal
zijn"
"Geef mij geen gelijken"
"Spreek niet over mij zonder respect"
"Heilig mijn dag"
"Eert uw vader en uw moeder.
"Sla niet (dood)"
"Verraad niet"
"Steel niet"
"Lieg niet"
"Doe niet te kort"
Het schijnt een soort Wettekst te zijn, maar wie is die "Ik"?
Wel, als een tekst zegt "Ik", zonder een naam er bij, dan is onze beste gok, dat de tekst het over zichzelf heeft.
Dus, als de geboden deze naam gebruiken, dan moet het wel hun eigen naam zijn. Het is dus de naam van de wet.
Echter als JHVH is niet de naam van God is, maar de naam van de wet, dan verandert de hele betekenis van de tekst. Het is de wet die geen gelijken kan hebben, die niet licht kan worden opgenomen en welks dag geheiligd zou moeten zijn.
De dag des heren, waarvan de geboden spreken, schijnt het Joodse feest "vreugde van het wet" te zijn. Waar het pretendeert om de hoogste wet te zijn, mag men er niets naast zetten, zoals het eerste gebod duidelijk stelt. Laat mij eens proberen, de wet in moderne woorden om te zetten:
1. Ik (de wet) zal van kracht zijn.
2. Ik (de wet)
zal de hoogste zijn.
3. Spreek niet lichtvaardig over mij (de wet).
4. Herdenk de dag, dat ik (de wet) u werd gegeven.
5. Eert uw vader
en uw moeder.
6. Kwets niet.
7. Bedrieg niet.
8. Steel niet.
9. Lieg niet.
10. Doe niet te kort.
Dus Jezus had gelijk, er waren slechts zes werkelijke geboden, en we zien waarom het laatste een probleem was. Want wat betekent het? Zelfs in Exodus was een verklaring nodig: Gij zult uw naaste zijn vrouw niet misgunnen, noch zijn os. Sorry voor degenen, die denken dat Jezus een communist was. De os is een productiemiddel, en niet alleen kan uw naaste er een bezitten, het is een ieders plicht er voor te zorgen, dat hij die krijgt. Daarom moest de jonge man in het Evangelie al zijn bezittingen verkopen en het geld aan de armen geven: Opdat de armen een Os en een bruiloft zullen hebben. (Gedenk ook Multatuli’s Max Havelaar: Saidja en Addinda)
Bij het ontrafelen van de betekenis van het woord is God echter verloren gegaan, alsook de religie. Wat overblijft is een wet, de naam van de wet. drie extra regels, over hoe belangrijk die wet is, en slechts zes geboden volgens welke te leven.
De God van Joden, Christenen en Moslims blijkt de personificatie te zijn van een Wet, die 3.500 jaar geleden in steen is gegrift. Hij heeft nooit hemel en aarde geschapen, hij spreekt slechts tot ons in steen, en verrichtte geen wonderen.
Toch leven wij volgens die wet.
Terug
naar
peter's persoonlijke pagina's