1. Toch neerstort.
2. In een baan rond het zwaarste object gaat draaien.
3. Zich altijd van het zwaarste object af blijft bewegen.
De snelheid die voor het laatste nodig is noemt men de
ontsnappingssnelheid.
Nu zijn er objecten voorstelbaar, die zo zwaar zijn ten opzichte van
hun omvang, dat de ontsnappingssnelheid aan het oppervlak, groter is
dan de snelheid van het licht. Niets kan hier dus aan ontsnappen, zelfs
het licht niet, Vandaar de benaming "zwart gat".
In de Astronomie heeft het lang geduurd voordat men er in is geslaagd
object te lokaliseren, die de eigenschappen van een zwart gaat
vertonen. Dat is ook niet makkelijk want deze objecten zijn in feite
onzichtbaar. Toch kan men aan de hand van het gedrag van de materie in
de buurt van zo’n zwart gat de aanwezigheid van een dergelijk grote
massa best aantonen, en het heeft er de schijn van dat de meeste grote
sterrenstelsels er tenminste één bevatten.
Voor ver weg staande sterrenstelsels, heeft men de lichtkracht
bepaald
van een bepaald type ster: De z.g. veranderlijke Cepheiden. Deze
sterren vertonen een periodieke verandering, en de snelheid waarmee ze
veranderen, lijkt direct bepalend te zijn voor de werkelijk
lichtsterkte. Als men nu de gemeten licht sterkte vergelijkt met de
lichtsterkte die hoort bij de periode van de Cepheide, kan men daarmee
de afstand uitrekenen. Dezelfde periode en een vier keer zo zwak licht,
wijst immers op een twee maal zo grote afstand.
Jammer genoeg vermeld de literatuur niet of er rekening is gehouden met
de invloed van de roodverschuiving op de periode van de Cepheiden.
Hopelijk wel.
Omdat de geconstateerde roodverschuiving evenredig lijkt te zijn met de
afstand kan men deze niet verklaren als het gevolg van gravitatie, en
is men gedwongen aan te nemen dat alle voorwerpen in het heelal zich
met dezelfde snelheid van elkaar af bewegen.
Gaat men terug in de tijd, dan hebben alle sterren vroeger bij elkaar
gestaan, en kan men zelfs het punt in het verleden berekenen, waarop
het hele heelal zich in een enkel punt moet hebben bevonden. Dit moment
noemt men de oerknal.
Helaas heb ik een probleem met de Oerknal.
Als men terug gaat in de tijd, zal men lang voordat men de Oerknal
heeft bereikt, een heelal aantreffen dat zo klein is, dat gezien de
massa die wij er nu in aantreffen, de ontsnappingssnelheid aan de
buitenzijde groter moet zijn dan de snelheid van het licht. Het Heelal
was dus ooit een zwart Gat.
Ik zou erg blij zijn met een astronoom, fysicus of Wiskundige die dit probleem voor mij kan oplossen.
e-mail naar: velzen5 at XS4ALL
(bewust geen link)
Terug naar
peter overige pagina's